STAAT VAN ZIJN
De krimpende vrouw
Een stilte die niet ontstaat door een gebrek aan geluid, maar door het systematisch inslikken van je eigen stem. Het begint klein. Een nuance die je inslikt om de luchtvochtigheid in de kamer niet te verstoren. Een grens die je een millimeter opschuift, omdat zijn blik betrekt.
Je denkt dat het sfeerbeheer is. Je denkt dat je de liefde beschermt. Maar ondertussen verplaats je de meubels in je eigen hoofd om ruimte te maken voor de chaos van een ander. Je past je aan. Je dimt het licht in je ogen. Je loopt op eieren over je eigen houten vloer, tot je voetzolen bloeden, en je het niet eens meer merkt.
Hij laadde op aan jouw vuur. Hij warmde zijn ijskoude binnenwereld aan de energie en de levendigheid die jij in essentie bent. Maar het was geen uitwisseling; het was diefstal. Terwijl hij volgestroomd uit de kamer herrees, bleef jij leeggezogen achter. Een huls. Een standby-lampje in het donker, gereduceerd tot een alert zenuwstelsel dat de storm moet voorspellen. In de schaduw van zijn honger dooft de vrouw die lacht en creëert.
En in dat schemergebied voltrekt zich de ultieme paradox. Je bent zo verkleind, zo alert en zo uitgeput door de roofbouw, dat de levendigheid die hij destijds zocht, is verdwenen. Je bent de “leuke” versie niet meer. Je bent de doofpot van de relatie geworden. En precies die leegte, het directe resultaat van zijn gedrag, gebruikt hij als zijn perfecte alibi. Wanneer de intimiteit hem te heet onder de voeten wordt en zijn eigen angst hem overspoelt, stort zijn kaartenhuis in. Hij herschrijft de werkelijkheid en vlucht met zíjn rechtvaardiging op zak, met slaande deuren en een ijskoude radiostilte. Buiten jouw muren is hij een wrak, verdwaald in zijn eigen kou.
En daar, in die ijzige stilte, slaat de zelftwijfel toe. Het gif heeft zich zo diep genesteld dat je eigen kompas de weg kwijtraakt. In plaats van dat je boos bent om je eigen brokstukken, begin je zijn pijn te dragen. Je moet weten of het goed met hem gaat. Je vraagt je af of jij degene bent geweest die hem door een hel heeft laten gaan. Hij zet je aan de kant, hij kiest voor de leegte, maar in plaats van dat je je bekommert om je eigen wonden, ben je doodsbang dat híj lijdt. Weet je zeker dat mij verlaten het beste is wat je ooit hebt gedaan?
Maar in de exacte leegte die hij achterlaat, ligt de herrijzenis. Het gif trekt uit de muren. Pas wanneer zijn schaduw uit jouw huis verdwijnt, krijgt je zenuwstelsel na maanden van overleving de kans om de batterij weer op te laden. Je kijkt in de spiegel en daar is ze weer: de sprankelende, autonome, krachtige versie van jezelf. Jouw vuur komt terug, je eigenwaarde bloeit op in de luwte van de rust.
En precies daar ligt de gevaarlijkste illusie van het herstel. Je kijkt naar die herwonnen versie in de spiegel, waarvan je weet dat hij daar wel bij blijft. De valkuil opent zich. Je vergeet dat hij de reden is van je verlies van kleur.
Zodra hij het licht aan de overkant weer ziet branden, besluit hij dat hij weer wil komen tanken. De cyclus begint opnieuw. Je opent de deur, je biedt hem een stoel aan, klaar om met je herwonnen energie te bewijzen dat het deze keer anders zal zijn.
▫